Geheimen en sleutelkluizen
Wachtwoorden, tokens en sleutels als benoemd geheim dat niemand terugleest, in Flows eigen kluis of in die van uw eigen cloud.
Een geheim is in Flow een ding met een naam, zoals crm-api-key, met versies, een vervaldatum en wie het mag gebruiken. Een waarde is na het opslaan door niemand meer te lezen, ook niet door de eigenaar. Verbindingen, API-beleid, AI-sleutels en webhooks verwijzen ernaar met secret:naam; waar de waarde staat, bepaalt de omgeving. Zo leest dezelfde workflow in Test de kluis van Test en in Productie die van Productie.
In het kort
Benoemde geheimen met versies
Een nieuwe versie wordt bij de volgende aanroep gebruikt, zonder herstart; een oude versie zet u uit.
Nooit terug te lezen
Geen scherm, API of AI-app geeft een waarde terug, en Flow maskeert hem in logboeken, uitvoeringen en antwoorden.
Uw eigen kluis
Azure Key Vault, AWS Secrets Manager of Google Cloud Secret Manager, aangemeld met de eigen identiteit van de omgeving, zonder opgeslagen wachtwoord.
Een eigenaar beslist
Een andere kluis kiezen is een voorstel dat alleen de eigenaar van de organisatie goedkeurt, en het wordt vastgelegd.
Zichtbaar in het beveiligingsoverzicht
Verlopen, bijna verlopen, te breed gedeelde en ongebruikte geheimen worden gemeld, en u ziet welke het vaakst gelezen worden, met een link naar het geheim.
AI-apps vragen, mensen vullen in
Een AI-app ziet alleen namen en kan een geheim aanvragen; de waarde typt een persoon in de studio.
Wat u kunt doen
Bewaar een geheim in de kluis
Onder Beveiliging → Geheimen maakt u een geheim, geeft u het een versie en ziet u waar het gebruikt wordt en wie het las. In een verbinding kiest u het geheim in plaats van de waarde te typen; typt u toch een waarde, dan wordt die een benoemd geheim.
Gebruik de kluis in uw eigen cloud
In de portal kiest u op het tabblad Geheimen van een omgeving waar de geheimen staan. De portal laat precies zien wat u in Azure, AWS of Google Cloud instelt, test de verbinding en begeleidt de verhuizing; een eigenaar keurt het goed.
Een eigen sleutel per omgeving
Elke omgeving versleutelt wat ze opslaat met een eigen sleutel. Een nieuwe sleutel maakt u in de portal; de omgeving versleutelt alles opnieuw bij de volgende start, zonder dat u iets opnieuw instelt.
De handleidingen
Geheimen bewaren in een kluis
Een sleutel of wachtwoord bewaart u één keer, met een naam, in de kluis van uw omgeving. Verbindingen en workflows verwijzen naar die naam; de waarde zelf toont Flow nooit meer, ook niet aan u. Een nieuwe sleutel wordt een nieuwe versie, die bij de volgende aanroep wordt gebruikt, zonder herstart. In deze handleiding maakt u een geheim, gebruikt u het in een verbinding, voegt u een versie toe en ziet u wie het wanneer las.
Naslag: verwijzingen naar geheimen
Overal waar Flow om een geheim vraagt, verwijst u ernaar met een naam, nooit met de waarde zelf:
Uw eigen sleutelkluis (Azure, AWS of Google Cloud)
Wachtwoorden en sleutels die Flow gebruikt, staan standaard versleuteld in Flows eigen kluis. Wilt u ze in uw eigen cloud bewaren, in Azure Key Vault, AWS Secrets Manager of Google Cloud Secret Manager, dan kiest u dat per omgeving in de portal. Workflows verwijzen naar een geheim met zijn naam; welke kluis die naam opzoekt, bepaalt de omgeving. Zo leest Test de kluis van Test en Productie die van Productie, met dezelfde workflow. Een andere kluis is een wijziging in toegang: een eigenaar keurt hem goed, en Flow kopieert nooit waarden — die zet u zelf in de nieuwe kluis.
Identiteit tussen Flow en uw cloud
Een kluis in uw eigen cloud (Azure Key Vault, AWS Secrets Manager, Google Cloud Secret Manager) heeft zelf ook een sleutel nodig om binnen te komen. Wie die als wachtwoord in Flow zet, heeft het probleem alleen verplaatst. Daarom heeft elke omgeving een eigen identiteit, uitgegeven door de portal: u vertrouwt precies die identiteit in uw cloud en geeft haar leesrechten. Flow krijgt dan per keer een kort geldig token, en er wordt nergens een geheim bewaard. U ziet waar de portal die identiteit toont en wat u per cloud instelt.
Versleuteling: de sleutel van uw omgeving en hem vernieuwen
Wachtwoorden, tokens en sleutels die u in Flow opslaat — van verbindingen, API-beleid, ondertekening en dashboards — staan versleuteld in de database. Elke omgeving heeft daarvoor een eigen sleutel, die de portal maakt en bewaart en die niemand ooit te zien krijgt. In deze handleiding ziet u waar die sleutel staat, vernieuwt u hem, en ziet u hoe de omgeving alles opnieuw versleutelt zonder dat iemand iets opnieuw hoeft in te stellen.
Een HTTP-verbinding maken en testen
Een verbinding legt het adres en de sleutel van een ander systeem één keer vast, voor de hele werkruimte. Workflows en AI Collega's gebruiken hem met alleen een pad; de sleutel blijft versleuteld op de server. In deze handleiding maakt u een verbinding met bearer-token, test u hem met één aanroep en ziet u dat de sleutel nooit meer leesbaar is.
Wat een verbinding mag: lezen, concepten, schrijven
Elke verbinding heeft een toegestane toegang. Alleen lezen laat alleen GET door, Concepten voorbereiden alles behalve DELETE, Lezen en schrijven alles. Flow controleert dat zelf, vóór de aanroep de deur uit gaat — ook als een workflow of AI Collega iets anders probeert. U ziet hier een POST geweigerd worden, toegelaten worden, en een DELETE die bij Concepten nog steeds niet mag.
Een geheim vervangen terwijl er gewerkt wordt
Een sleutel vervangt u niet ’s nachts als niemand werkt: dat gebeurt terwijl collega’s workflows draaien en verbindingen bijwerken. Een nieuwe versie geldt vanaf de volgende aanroep, ook in een workflow die al loopt; een versie die u uitzet, wordt nergens meer gebruikt. De lijst met verbindingen zegt welk geheim niet meer werkt, en werkt een collega tegelijk aan dezelfde verbinding, dan blijft zijn wijziging en de uwe bewaard. Hieronder ziet u de schermen van beide mensen naast elkaar.
Microsoft 365: koppelen en een e-mail versturen
Met een verbinding met Microsoft 365 krijgen workflows en AI Collega's bouwstenen voor Outlook-mail en -agenda, Teams en OneDrive/SharePoint. U koppelt een app-registratie uit Microsoft Entra ID, test de verbinding en verstuurt een e-mail met de bouwsteen Outlook · E-mail versturen. U heeft nodig: de tenant-ID, client-ID en het clientgeheim van een app-registratie met de toepassingsmachtiging Mail.Send.
E-mail via SMTP: koppelen en versturen
Niet elke mailbox zit in Microsoft 365. Met de verbinding E-mail (SMTP/IMAP) verstuurt Flow vanuit elke mailbox die SMTP spreekt — een hostingpakket, een eigen mailserver. U vult de server, poort, beveiliging en een (app-)wachtwoord in, test de inlog en verstuurt een e-mail uit een workflow. U heeft nodig: de SMTP-gegevens van uw mailprovider.
Een MCP-server koppelen en een tool aanroepen
Steeds meer diensten bieden hun functies aan als MCP-server (Model Context Protocol): een lijst tools met een naam, een beschrijving en argumenten. Flow koppelt zo'n server als verbinding; zijn tools worden stappen in workflows en tools voor AI Collega's. Tools die iets veranderen, werken alleen als de verbinding mag schrijven. U heeft nodig: het adres van de MCP-server (Streamable HTTP, meestal eindigend op /mcp) en eventueel een sleutel.
Meer nieuws
De nieuwe portal
Rustiger: één vraag per scherm, vier vaste plekken in de balk, en uw persoonlijke Flow altijd eerst.
Governance
Offertes, projecten, mensen en besluiten op één plek naast Flow, met poorten, vier ogen en een besluitenlog die u kunt laten controleren.
AI Collega's bouwen wat op het Bord staat
Een item dat klaar is, laat u bouwen door een AI Collega: u keurt het plan goed, volgt het live en een collega beoordeelt het resultaat.
Het bord
Het werk van idee tot klaar op één bord, met kaarten die zeggen wat er nog ontbreekt.
Dashboards
Alles wat uw tabellen en workflows opleveren in één oogopslag, gebouwd zoals u het ziet.
De bedrijfshome
Eén plek waar iedereen de dag begint: in uw eigen huisstijl, met wat er voor elke rol toe doet.
Beveiliging die u ziet
Wie wat mag openen, en waarom, overal in Flow uitgelegd in gewone woorden.
RPA-schermafbeeldingen
Zie wat de browser zag, precies waar u de uitvoering volgt.