Geheimen bewaren in een kluis
- Stap 1 · Open uw ontwikkelomgeving
- Stap 2 · Maak een geheim
- Stap 3 · Gebruik het in een verbinding
- Stap 4 · Roep de API aan
- Stap 5 · Voeg een nieuwe versie toe
- Stap 6 · De volgende aanroep gebruikt versie 2
- Stap 7 · Zet de oude versie uit en zie wat het gebruikt
- Stap 8 · Van een veld naar zijn geheim
- Stap 9 · De AI-sleutels van deze omgeving
- Stap 10 · Geheimen in het beveiligingsoverzicht
Een sleutel of wachtwoord bewaart u één keer, met een naam, in de kluis van uw omgeving. Verbindingen en workflows verwijzen naar die naam; de waarde zelf toont Flow nooit meer, ook niet aan u. Een nieuwe sleutel wordt een nieuwe versie, die bij de volgende aanroep wordt gebruikt, zonder herstart. In deze handleiding maakt u een geheim, gebruikt u het in een verbinding, voegt u een versie toe en ziet u wie het wanneer las.
Maak een geheim
Onder Beveiliging → Geheimen klikt u + Nieuw geheim. De naam is waarmee alles ernaar verwijst: kleine letters, cijfers en streepjes, en hij verandert nooit. Kies wie het mag gebruiken (de hele werkruimte, of alleen bepaalde modules) en vul de eerste waarde in. Na opslaan toont Flow die waarde nooit meer.
Gebruik het in een verbinding
Maak een Algemene HTTP-API-verbinding met Bearer-token. Bij Geheim kiest u Uit de kluis en dan uw geheim: de verbinding onthoudt alleen de naam. Met Steeds de nieuwste versie gebruikt zij altijd de laatste versie.
Roep de API aan
Een kleine workflow met de stap HTTP request, uw verbinding en het pad /stock. Bij het uitvoeren haalt Flow de waarde uit de kluis, alleen voor die ene aanroep.
Voeg een nieuwe versie toe
Krijgt u een nieuwe sleutel, open dan het geheim en klik Nieuwe versie. De verbinding gebruikt hem bij de volgende aanroep, zonder dat u haar opnieuw instelt en zonder herstart. Verwijzingen die op een versie zijn vastgezet (secret:naam@1) blijven de oude gebruiken.
De volgende aanroep gebruikt versie 2
Voer de workflow nog eens uit. Onder Gelezen staat daarna elke keer dat Flow het geheim gebruikte: welke run, welke versie en hoe het afliep. De waarde zelf staat nergens, ook niet in de run.
Zet de oude versie uit en zie wat het gebruikt
Werkt alles met de nieuwe versie, zet de oude dan uit: niets kan hem daarna nog gebruiken. Onder Gebruikt door staan de verbindingen die het geheim gebruiken, en via welke workflows. Een geheim dat nog in gebruik is, verwijdert Flow niet.
Van een veld naar zijn geheim
Elke plek die een geheim gebruikt, zegt welk geheim en welke versie: een verbinding, een beveiligingsbeleid van een API (de handtekening van een webhook, het gedeelde geheim van JWT-tokens) en de AI-sleutels van de omgeving. Met Openen in Geheimen gaat u er direct heen.
De AI-sleutels van deze omgeving
Onder de geheimen staan de AI-sleutels van de omgeving: per AI-aanbieder het geheim waar de sleutel uit komt. Zonder keuze geldt de sleutel die in de portal is ingesteld. Met Geheim kiezen neemt u er een uit de kluis, of typt u een sleutel: Flow bewaart hem als geheim en gebruikt hem bij de volgende vraag aan het model.
Geheimen in het beveiligingsoverzicht
Onder Beveiliging → Beveiliging staat het blok Geheimen: welke geheimen niets meer gebruikt, welke (bijna) verlopen, welke met persoonsgegevens voor de hele werkruimte openstaan, en welke het meest gelezen worden in de laatste 30 dagen, uit het logboek van de kluis. U ziet namen, datums en aantallen, nooit een waarde. Een klik op een naam opent het geheim.
Deze handleiding is op 22 okt 2026 stap voor stap uitgevoerd door een geautomatiseerde test op Flow (versie 3e563176).


























































