Naslag: verwijzingen naar geheimen
Overal waar Flow om een geheim vraagt, verwijst u ernaar met een naam, nooit met de waarde zelf:
secret:crm-api-sleutel— de nieuwste versie die aan staat;secret:crm-api-sleutel@3— precies versie 3 (vastgezet).
Een naam bestaat uit kleine letters, cijfers en streepjes (1 tot 80 tekens) en verandert nooit. Waar het geheim staat, hoort bij de omgeving en niet bij de verwijzing: dezelfde workflow gebruikt in Test de waarde van Test en in Productie die van Productie. Een release neemt de naam mee, nooit de waarde; in de volgende omgeving geeft iemand het geheim daar een eigen waarde. Waar u een geheim kunt gebruiken, staat in stap 3: die lijst maakt Flow zelf, uit de plekken in de code die een geheim lezen, dus hij is altijd compleet. Typt u ergens een waarde in, dan maakt Flow er een geheim met een naam van; het veld onthoudt alleen die naam.
De verwijzing van een geheim
Elk geheim toont zijn verwijzing onder zijn naam, met Kopiëren ernaast. Plak hem waar een stap of verbinding om een geheim vraagt; zet er @ en een versienummer achter om die versie vast te zetten.
Waar u een geheim kunt gebruiken
Onder Beveiliging → Geheimen staat onderaan Waar kunt u een geheim gebruiken?, per gebied. Overal verwijst u met secret:
- HTTP-verbinding — Verbindingen → Algemene HTTP-API → Geheim: de sleutel: een Bearer-token, gebruikersnaam:wachtwoord (Basic) of de waarde van een eigen header
- Azure Boards — Verbindingen → Azure Boards: Clientgeheim, Persoonlijk toegangstoken
- E-mail (SMTP/IMAP) — Verbindingen → E-mail (SMTP/IMAP): Wachtwoord
- Jira — Verbindingen → Jira: API-token, Clientgeheim, Persoonlijk toegangstoken
- MCP-server — Verbindingen → MCP-server: Sleutel / token, Webhook-geheim (Pocket)
- Microsoft 365 — Verbindingen → Microsoft 365: Clientgeheim
- Slack — Verbindingen → Slack: Bot-token, Signing secret
- Website-login — Verbindingen → Website-login: Wachtwoord, 2FA-sleutel (optioneel)
- WhatsApp Business — Verbindingen → WhatsApp Business: Toegangstoken, App-geheim, Verificatietoken
- Docs: publiceren naar Confluence — Docs → Publiceren → Publicatiedoel → Geheim met de API-sleutel: de API-sleutel van het Atlassian-account (Cloud) of een persoonlijk toegangstoken (Data Center)
- Workflowstap: HTTP request — Workflows → stap HTTP request → Headers, Queryparameters of Body: een header, bijvoorbeeld Authorization: Bearer secret:
(bij Basic: een geheim met gebruikersnaam:wachtwoord), een queryparameter of een waarde in de body: secret: , ook midden in tekst - Browserstap: Vul in — Workflows → Browsersessie → stap Vul in → Waarde: een wachtwoord of code: secret:
; Flow typt de waarde in, logt haar nooit en maakt het veld zwart in schermafbeeldingen - Bouwsteen: HTTP-aanroep — Toolbox → bouwsteen HTTP-aanroep → Headers, Queryparameters of Body: een header, queryparameter of waarde in de body: secret:
, ook midden in tekst; opgehaald als de module die de bouwsteen gebruikt (de workflow of AI Collega) - Beveiligingsbeleid: webhook-handtekening (HMAC) — API's → Beveiligingsbeleid → HMAC-geheim: het geheim waarmee de afzender een webhook ondertekent
- Beveiligingsbeleid: JWT met gedeeld geheim — API's → Beveiligingsbeleid → JWT → gedeeld geheim: het gedeelde geheim van tokens met HS256, HS384 of HS512
- AI-sleutel van Anthropic — Beveiliging → Geheimen → AI-sleutels van deze omgeving: de API-sleutel van Anthropic
- AI-sleutel van Mistral — Beveiliging → Geheimen → AI-sleutels van deze omgeving: de API-sleutel van Mistral
- AI-sleutel van OpenAI — Beveiliging → Geheimen → AI-sleutels van deze omgeving: de API-sleutel van OpenAI
- Aanmelden bij Azure Key Vault zonder federatie — Beveiliging → Geheimen: het geheim dat de kluisinstelling noemt, als Azure Key Vault aanmeldt met een clientgeheim of certificaat in plaats van met de identiteit van de omgeving: het clientgeheim, of de sleutel en het certificaat (PEM); alleen dit geheim blijft in Flows eigen kluis
Een geheim in een HTTP-stap
Een HTTP-stap kan zelf naar een geheim verwijzen, ook midden in tekst: bij Headers "Authorization": "Bearer secret:voorraad-sleutel", en net zo in Queryparameters of Body. Flow vult de waarde pas in op het moment dat de stap het verzoek verstuurt, als de module van de workflow (een geheim dat alleen voor andere modules is, weigert hij). In de workflow, de run, het log en het resultaat staat alleen de naam. Bij Basic zet u in het geheim gebruikersnaam:wachtwoord; Flow codeert het zelf. Een verwijzing die als gegevens binnenkomt ({{…}}) gebruikt Flow nooit: alleen wat u in de stap schrijft. Een bouwsteen in de Toolbox (HTTP-aanroep) werkt precies zo; Flow haalt het geheim dan op als de module die de bouwsteen gebruikt: de workflow of AI Collega die hem aanroept.
Waar een geheim heen mag
Een geheim gaat alleen naar het adres van zijn verbinding: schema, server, poort en het pad van de verbinding. Bij het geheim staat onder Mag naar welke adressen dat zijn. Een geheim zonder verbinding gaat nergens heen tot iemand met het recht om verbindingen te beheren bij Adressen instellen een adres toestaat. Stuurt een stap het geheim naar een andere server, ook via een verbinding met een ander geheim, in een bouwsteen of in een browserstap, dan stopt de stap met een melding en verlaat de waarde Flow niet. Dat geldt voor iedereen die bouwt: in de studio, met een AI-app, via een import of een pakket.
Zet een versie vast
In een verbinding kiest u bij Uit de kluis het geheim, en daarnaast Steeds de nieuwste versie of een vaste versie. Vastzetten is handig tijdens een overstap: het systeem aan de andere kant kent de nieuwe sleutel nog niet, dus deze verbinding houdt de oude tot u haar omzet.
Als een geheim niet te gebruiken is
Een stap die een geheim niet kan gebruiken, stopt met een gewone zin die het geheim noemt. Hier is versie 1 uitgezet, terwijl de verbinding erop vastzit. Andere redenen: het geheim bestaat niet in deze omgeving, het heeft nog geen waarde, het is verlopen, het is alleen voor andere modules, of de kluis is te druk of niet bereikbaar. Een verwijzing naar een naam die niet bestaat, weigert Flow al bij het opslaan.
Deze handleiding is op 22 okt 2026 stap voor stap uitgevoerd door een geautomatiseerde test op Flow (versie 3e563176).






























