Het leerpad: Gevorderd
Het beveiligingsmodel, RPA, MCP, vangrails, budgetten en releases.
- 1
Het beveiligingsmodel: classificatie, zichtbaarheid en eisen
Flow beveiligt niet per scherm maar per onderdeel: een tabel weet hoe gevoelig zijn gegevens zijn, een workflow zegt wat een aanroeper moet meebrengen, en een endpoint mag de beveiliging alleen strenger maken. In deze handleiding maakt u een tabel met persoonsgegevens, een workflow die hem leest, en ziet u dat een endpoint met te weinig rechten wordt geweigerd — en hoe u het goed maakt.
- 2
Een website bedienen met browserstappen (RPA)
Niet elk systeem heeft een API. Een leveranciersportaal waar u elke week facturen opzoekt, kan Flow ook bedienen zoals een mens: invullen, klikken, een tabel uitlezen. U bouwt een browsersessie op een demoportaal (staat Websites bedienen nog uit, dan zet u het bij de stap zelf aan) en bekijkt de schermafbeeldingen die Flow bij de uitvoering bewaart.
- 3
Bouwen vanuit Claude Desktop en Claude Code (MCP)
Via MCP-toegang laat u een AI-app in uw ontwikkelomgeving bouwen: modules, tabellen, workflows, agents. De app handelt als u en kan nooit meer dan uw rol, verwijderen kan hij niet, en sleutels en beveiligingsbeleid blijven van mensen. U maakt een sleutel met beperkte rechten, ziet wat de app wel en niet mag, en trekt de toegang weer in.
- 4
Vangrails en budget voor een agent
Een agent in Flow draait altijd in een kooi: een budget voor tokens, toolaanroepen en tijd, en vangrails die vóór het model draaien en niet te omzeilen zijn met een slimme prompt. U maakt een agent, stelt zijn budget en vangrails in, en ziet een poging tot promptinjectie stranden voordat het model iets ziet.
- 5
Een module als pakket exporteren en elders importeren
Een module — tabellen, workflows, API's, agents — gaat als pakket met een versie van de ene Flow naar de andere: naar uw persoonlijke Flow om te proberen, of naar een andere organisatie. Het pakket is ondertekend door uw omgeving, dus niemand kan het onderweg ongemerkt veranderen. Geheimen, verbindingen en tabelrijen gaan nooit mee. Wie het importeert, ziet eerst wat er nieuw is, wat wordt bijgewerkt en wat er nog ontbreekt; een volgende versie werkt bij zonder eigen wijzigingen te overschrijven.
- 6
Een workflow op vaste tijden starten (schema)
Niet alles begint met een aanroep. Een dagstart om acht uur, elk kwartier een controle, elke maandag een overzicht: daarvoor vervangt u de trigger door een Schema. U schrijft het tijdstip als cron, kiest de tijdzone en test de workflow met de hand.
- 7
Versleuteling: de sleutel van uw omgeving en hem vernieuwen
Wachtwoorden, tokens en sleutels die u in Flow opslaat — van verbindingen, API-beleid, ondertekening en dashboards — staan versleuteld in de database. Elke omgeving heeft daarvoor een eigen sleutel, die de portal maakt en bewaart en die niemand ooit te zien krijgt. In deze handleiding ziet u waar die sleutel staat, vernieuwt u hem, en ziet u hoe de omgeving alles opnieuw versleutelt zonder dat iemand iets opnieuw hoeft in te stellen.
- 8
Uw eigen sleutelkluis (Azure, AWS of Google Cloud)
Wachtwoorden en sleutels die Flow gebruikt, staan standaard versleuteld in Flows eigen kluis. Wilt u ze in uw eigen cloud bewaren, in Azure Key Vault, AWS Secrets Manager of Google Cloud Secret Manager, dan kiest u dat per omgeving in de portal. Workflows verwijzen naar een geheim met zijn naam; welke kluis die naam opzoekt, bepaalt de omgeving. Zo leest Test de kluis van Test en Productie die van Productie, met dezelfde workflow. Een andere kluis is een wijziging in toegang: een eigenaar keurt hem goed, en Flow kopieert nooit waarden — die zet u zelf in de nieuwe kluis.