Flow.Documentatie
Architect

Het leerpad: Architect

Flow als lijm tussen systemen: patronen, DTAP, edge en core, compliance.

5 handleidingen
  1. 1

    DTAP: van ontwikkeling naar productie

    Flow scheidt bouwen van draaien. Alleen in Ontwikkeling verandert iets; Test, Acceptatie en Productie krijgen uitsluitend vastgelegde versies, in vaste volgorde, met een spoor van wie wat wanneer doorzette. U voegt een testomgeving toe, zet één versie de hele straat door, bekijkt de bescherming van productie en de releasegeschiedenis, en zet de Flow-versie van een omgeving terug.

    8 stappen± 6 minVideoGecontroleerd 28 okt 2026
  2. 2

    Patronen voor de API-gateway

    De gateway is de ene voordeur voor alles wat uw organisatie aan API's aanbiedt — ook voor systemen die u niet zelf bouwt. U zet een bestaand voorraadsysteem achter een proxy-endpoint, kiest per API hoe afnemers zich aanmelden (API-sleutel, OAuth 2.0, webhook-handtekening), ziet een ondertekende aanroep binnenkomen en een onondertekende stranden, en zet de beschrijving van de API openbaar.

    9 stappen± 6 minVideoGecontroleerd 22 okt 2026
  3. 3

    Identiteitsbeheer en single sign-on

    Wie mag erin, en wie beslist dat? Met single sign-on beslist uw eigen identity provider (Entra ID, Google, Okta, Keycloak …): wie daar weggaat, kan ook niet meer in Flow. U koppelt de provider aan uw organisatie in de portal, onder Beveiliging en inloggen, en ziet hoe een collega op uw domein bij het inloggen daarheen wordt gestuurd.

    10 stappen± 7 minVideoGecontroleerd 28 okt 2026
  4. 4

    Flow als lijm tussen systemen

    Het meest gebouwde patroon: iets komt binnen via een API, een workflow legt het vast en geeft het door aan een ander systeem. U bouwt een aanmeldformulier-koppeling: POST /aanmeldingen → workflow → een Flow-tabel én het CRM. Onderweg de afwegingen: wat bewaart u in Flow en wat niet, en wie beslist wie erin mag en wat eruit mag.

    11 stappen± 8 minVideoGecontroleerd 22 okt 2026
  5. 5

    Identiteit tussen Flow en uw cloud

    Een kluis in uw eigen cloud (Azure Key Vault, AWS Secrets Manager, Google Cloud Secret Manager) heeft zelf ook een sleutel nodig om binnen te komen. Wie die als wachtwoord in Flow zet, heeft het probleem alleen verplaatst. Daarom heeft elke omgeving een eigen identiteit, uitgegeven door de portal: u vertrouwt precies die identiteit in uw cloud en geeft haar leesrechten. Flow krijgt dan per keer een kort geldig token, en er wordt nergens een geheim bewaard. U ziet waar de portal die identiteit toont en wat u per cloud instelt.

    4 stappen± 3 minVideoGecontroleerd 28 okt 2026
Alle leerpaden