Verbindingen
Koppelingen met andere systemen: HTTP, Microsoft 365, e-mail, MCP.
Een HTTP-verbinding maken en testen
Een verbinding legt het adres en de sleutel van een ander systeem één keer vast, voor de hele werkruimte. Workflows en AI Collega's gebruiken hem met alleen een pad; de sleutel blijft versleuteld op de server. In deze handleiding maakt u een verbinding met bearer-token, test u hem met één aanroep en ziet u dat de sleutel nooit meer leesbaar is.
Wat een verbinding mag: lezen, concepten, schrijven
Elke verbinding heeft een toegestane toegang. Alleen lezen laat alleen GET door, Concepten voorbereiden alles behalve DELETE, Lezen en schrijven alles. Flow controleert dat zelf, vóór de aanroep de deur uit gaat — ook als een workflow of AI Collega iets anders probeert. U ziet hier een POST geweigerd worden, toegelaten worden, en een DELETE die bij Concepten nog steeds niet mag.
Geheimen bewaren in een kluis
Een sleutel of wachtwoord bewaart u één keer, met een naam, in de kluis van uw omgeving. Verbindingen en workflows verwijzen naar die naam; de waarde zelf toont Flow nooit meer, ook niet aan u. Een nieuwe sleutel wordt een nieuwe versie, die bij de volgende aanroep wordt gebruikt, zonder herstart. In deze handleiding maakt u een geheim, gebruikt u het in een verbinding, voegt u een versie toe en ziet u wie het wanneer las.
Naslag: verwijzingen naar geheimen
Overal waar Flow om een geheim vraagt, verwijst u ernaar met een naam, nooit met de waarde zelf:
Een geheim vervangen terwijl er gewerkt wordt
Een sleutel vervangt u niet ’s nachts als niemand werkt: dat gebeurt terwijl collega’s workflows draaien en verbindingen bijwerken. Een nieuwe versie geldt vanaf de volgende aanroep, ook in een workflow die al loopt; een versie die u uitzet, wordt nergens meer gebruikt. De lijst met verbindingen zegt welk geheim niet meer werkt, en werkt een collega tegelijk aan dezelfde verbinding, dan blijft zijn wijziging en de uwe bewaard. Hieronder ziet u de schermen van beide mensen naast elkaar.
Microsoft 365: koppelen en een e-mail versturen
Met een verbinding met Microsoft 365 krijgen workflows en AI Collega's bouwstenen voor Outlook-mail en -agenda, Teams en OneDrive/SharePoint. U koppelt een app-registratie uit Microsoft Entra ID, test de verbinding en verstuurt een e-mail met de bouwsteen Outlook · E-mail versturen. U heeft nodig: de tenant-ID, client-ID en het clientgeheim van een app-registratie met de toepassingsmachtiging Mail.Send.
E-mail via SMTP: koppelen en versturen
Niet elke mailbox zit in Microsoft 365. Met de verbinding E-mail (SMTP/IMAP) verstuurt Flow vanuit elke mailbox die SMTP spreekt — een hostingpakket, een eigen mailserver. U vult de server, poort, beveiliging en een (app-)wachtwoord in, test de inlog en verstuurt een e-mail uit een workflow. U heeft nodig: de SMTP-gegevens van uw mailprovider.
Een MCP-server koppelen en een tool aanroepen
Steeds meer diensten bieden hun functies aan als MCP-server (Model Context Protocol): een lijst tools met een naam, een beschrijving en argumenten. Flow koppelt zo'n server als verbinding; zijn tools worden stappen in workflows en tools voor AI Collega's. Tools die iets veranderen, werken alleen als de verbinding mag schrijven. U heeft nodig: het adres van de MCP-server (Streamable HTTP, meestal eindigend op /mcp) en eventueel een sleutel.